Olga

‘Ik ben Engelbert Paul. Paul Engelbert.’ Hij steekt zijn hand naar me uit en ik schud hem. ‘Hallo Engelbert Paul. Paul Engelbert’, zeg ik. Ik twijfel nog een beetje of het nodig is mijn eigen naam prijs te geven.

Engelbert Paul, Paul Engelbert is namelijk een beetje dronken. Een dronkenlap die je naam kent is al snel je nieuwe beste vriend. Ik blijf wat op de oppervlakte. ‘Olga is bij me weg.’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Dus ik ga maar zuipen. ‘Snap ik’, zeg ik hem. ‘Als Olga mij zou verlaten zou ik ook gaan zuipen.’ Hij is blij met me, zie ik. Ik vermoed dat hij in de buurt nog maar weinig op begrip kan rekenen. Engelbert Paul, Paul Engelbert probeert me recht aan te kijken. Hij staat wankel op zijn benen en ook zijn ogen hebben moeite een stabiele positie te handhaven. ‘Ze woont nu in Bloemendaal. Medden llul!’ Arme man. Verlaten voor een ander. ‘Altijd naar zoiets’, zeg ik. ‘Maar het komt echt wel goed met je.’ Als EP echt mijn beste vriend was geweest had ik beter mijn best gedaan, maar we staan bij de bloemist en eigenlijk moet ik door. Ik merk dat de bloemist niet blij is met zijn komst. Ze pakt zo snel als ze kan mijn katoentak in.

‘Ik ben schrijver’ zegt hij dan. ‘Maar ik kan nu alleen maar zuipen.’ Hij tilt ter illustratie de fles wijn op die hij zojuist in de slijterij hiernaast gekocht heeft. Hij zit nog dicht, maar Engelbert Paul, Paul Engelbert is al een tijdje aan de zwier. ‘Misschien moet je over Olga schrijven.’ Opnieuw een beetje blijdschap in zijn lodderogen. ‘Jij hebt medeleven.’ Hij steekt zijn hand weer uit en ik schud hem. ‘Hoe heet je ook alweer?’ vraagt hij. ‘Ik ben Yanaika’, zeg ik. Ik heb besloten dat het oké is. ‘Mooie naam’, vindt hij. Ik ben Paul Engelbert. Engelbert Paul.’ En met iets lichtere tred dan waarmee hij binnenkwam wankelwandelt hij de winkel uit.

Een gedachte over “Olga

Geef een reactie