Plek

Ze vroeg me naar mijn allerliefste plek.
Ik dacht aan haar nek
en hoe die overging in hals en schouders.
Mijn jukbeen, haar sleutelbeen.
En hoe ik me door haar haar
een weg zou willen banen.
Maar dat zei ik niet.
Ik zei Toscane.

Vrouw van naam

Er was een vrouw
die bang was te vergeten,
haar naam niet meer te weten
en wie ze liefde.
Wie ze lust
en wie gekust
of hoe het leven werkt.
Er bleef een vrouw onopgemerkt
en de tijd begon te dringen
als een man met geldingsdrank.
Er was een vrouw
die desondanks
herinnering wilde maken,
vrienden
en een naam het liefst.
Voor als ze de vaardigheid verliest,
haar waardigheid verliest
en verloren zou geraken,
maar dan hooguit
in haar eigen hoofd.
Zichzelf de eeuwigheid beloofd.
Nooit worden vergeten.
Ik zal heten.

Influencer

Ze is zo’n vrouw die haar jasje
over haar schouders draagt
zonder dat hij afglijdt.
Handen uit de mouwen,
maar dan aan de verkeerde kant.
Nooit haar clutch kwijt
of haar koffie om te gaan.
(#geenfilter.)

Zo veel schoenen opgestuurd gekregen
dat ze ernaast ging lopen.
Maar dat zou ik ook doen
als ik in haar Manolo’s stond.
Haar ronde kont
zo gedraaid
dat we ook haar ogen kunnen zien.
En dat haar wimperserum werkt.
Ongemerkt,
want ze maakt geen reclame.

Ze ontbijt met frambozen
in een gratis bed
en haar borsten zijn toevallig.
Maar als ik bevallig
jam op mijn tieten van mijn boterham,
dan mag dat niet op Instagram,
want dat wil niemand. Zien.

Ze is een virus
dat leugens verspreidt
over wat we moeten willen.
Haar over een gegeven paard heen tillen
en dat übercute shirtje van Chloé.
Het staat haar ook nog, Godverdé.
Misschien als ik afval
en mijn salaris is gestort,
dat ik ook zoiets zou kunnen dragen.
Zo quasi in mijn high waist jeans,
een French tuck
en mijn haar in lagen.
Zoals zij.

Maar dan natuurlijk in mijn eigen stijl.

Spookbericht

Ik dacht
als ik je minder woorden geef.
Je hoofd loopt toch al over
en je tijd
verlies je.
Net als die van mij.

Ik dacht als ik je laat
en niets meer vroeg
je vanzelf weer in de lucht zou komen,
vroeg of laat.
Ik dacht dat als ik niet meer praat
je me zou gaan missen.

Ik dacht nog
geen bericht is goed bericht
en ik dacht dat je me lief had.
dacht aan wat je eerder zei
en ik misschien verkeerd.
Ik dacht nog aan je.
En ik dacht nog
ik wacht nog
heel even.
Ik dacht van alles,
Maar alles wat jij dacht
was niet aan mij.

Schoon scharlaken

“Alle beestjes helpen”,
dacht het meisje.
Ze telde zwarte stippen
en verfde haar lippen
in vleugelrood.
Spotte met de dood
en koos een rouwjurk
in dezelfde kleur.
Het vloekte in de kerk.

“Lievebeest”,
dacht het meisje.
Zonder Heer.
(Als hij niet in haar geloofde,
dan ook niet andersom.)
“Morgen mooi weer”,
had ze geroepen
en ze liet haar hoop vervliegen.

“Softijs”,
dacht het meisje.
Zoals vroeger met hem.
De boosheid in zijn stem
toen ze haar hoorntje had verloren.
Het smaakte naar communie,
maar dat durfde ze niet te zeggen,
voor als God haar toch zou horen.

“Dodenmis”,
dacht het meisje.
“Omdat ik een dode mis.”
En ze beklom de kansel
om in schoon scharlaken.
haar gebed op te maken
voor een laatste eer.
Zonder Heer.

In de naam van de vader,
het meisje
het lievebeest.
Samen.

Soortelijk gewicht

Ik ben zo iemand die verliest.
Het spel,
de moed ook,
mensen waar ik niet zonder kan.
En dat moet ook,
want daar word je sterker van.
Op een dag kun je alles aan.

Maar nu jij verliest,
het lot je kiest
en afscheid
een stukje van je afsnijdt,
wil ik het voor je dragen.
Ik ben immers sterk genoeg.

Maar de treurnis is
dat juist gemis
een eigen zwaarte kent.
En de afwezigheid
in al haar massa,
alleen door jou te dragen is.

Je kan dit,
ik deed het immers ook.
En als je wacht,
wordt gemis vanzelf weer licht.
Het is niet de afname van gewicht,
je krijgt gewoon meer zwaartekracht.

EMDR

Het was ergens onder in mijn brein
dat ik mijn kinderkamer vond.
Jij was er, wat eigenlijk niet kon
en de gordijnen van mijn oma.
Als de zon erdoor kwam
leken ze net de zee.
Ik was pas 5,
dan zie je zulke dingen nog.

In mijn oren tikte iets
en een vrouw vroeg me
waar ik aan dacht.
Aandacht.
En hoe ik me opkrulde in je schoot.

Het tikte verder
en ze vroeg me terug te gaan.
naar die keer dat ik me pijn deed
aan mijn vader.
Tik tak tik tak.
Pijn deed aan mijn vader,
in het licht van de oceaan.

Niet weggaan.

Tik tak tik tak.
Waar denk je aan?
Ik dacht aan alles
en dat alles zeer deed.
Maar mijn hart een woordkuil,
stroomde over van verdriet.
‘Gordijnen’,
zei ik maar.
Wat erachter was gebeurd
was niemands schuld
en nog het minst de mijne.

Maar ik was pas 5.
Dan zie je dat nog niet.

Tik tak tik tak.
Waar denk je aan?
Mijn vader op het tuinpad,
mijn geest een Sonneveld.
En dat ik hem dan na bleef kijken
van achter de gordijnen,

Niet weggaan

tot hij iets geks deed.
Altijd.
En me lachend achterliet.